Hele dierentuin thuis
Zeker niet als je, zoals Els Pynoo van Vive la Fête, thuis – en neem dat maar gerust letterlijk – een hele dierentuin hebt rondlopen. Ze somt even op: twee paarden, drie Shetlandpony’s, een ezel, honden, katten, zwanen, eenden, ganzen, duiven, vissen, kippen en andere vogels. Naar eigen zeggen heeft ze een dagtaak aan het verzorgen van de beesten, maar dat vindt ze niet erg. “Ik zie het in elk geval niet als werk, het is iets waar ik gelukkig van word”, aldus Pynoo. “Dat vind ik wel belangrijk als je dieren in huis haalt: je mag het niet als een taak zien.”

Grote en kleine maatregelen
Om een diervriendelijke omgeving te creëren, namen Els en haar man Danny Mommens wel een heel drastische beslissing: ze verhuisden naar een leegstaande boerderij op het platteland. Dat moet je natuurlijk niet per se doen als je dieren wilt houden. Je kunt ook enkele minder drastische maatregelen nemen om het je huisdier comfortabeler te maken. Bijvoorbeeld door plaats te maken in de garage, zodat de hond er een gerieflijke slaapplaats vindt. Of een krabpaal aan te schaffen voor de kat (of die zelf in elkaar te knutselen).

Tips & tricks
Wil je een vogel in huis halen? Zorg er dan voor dat de kooi groot genoeg is en op een plaats staat waar het dier voldoende rustmomenten heeft. Plaats een volière niet te dicht bij een ventilator of een tochtige plaats. En als je een moestuin hebt, zorg dan dat die zeker voldoende afgesloten is voor loslopende konijnen en cavia’s, als je ‘ruzie’ wilt vermijden. Kleine maatregelen, die niettemin een wereld van verschil kunnen maken.

Tijd voor huisdieren
Maar veel meer dan comfort, is de basisinstelling heel belangrijk. Bioloog Dirk Draulans: “Het is goed om jezelf op voorhand enkele vragen te stellen: zal ik ruimte en tijd genoeg hebben om het huisdier een aangenaam bestaan te garanderen? Is er opvang mogelijk wanneer ik op vakantie vertrek? Dat is allemaal niet onbelangrijk. En dat is meteen ook de reden waarom ik zelf geen huisdieren heb: ik heb er gewoon de tijd niet voor.”

Dieren zijn geen machines
Daar is ook Els Pynoo het over eens: zij vindt dat dieren dieren moeten kunnen zijn en dat je dat als eigenaar mogelijk moet maken. Een hond kopen wanneer je op een appartement woont, is volgens haar bijvoorbeeld not done. “Dat is om problemen vragen, zelfs al is het dan maar een chihuahua ook die hebben genoeg plaats nodig hoor. Huisdieren moeten zich niet aan ons aanpassen, maar wij aan hen.” Dat vindt ook Draulans: “Een dier is geen machine, je kan niet altijd verwachten dat het zal doen wat jij wil dat het doet.”

Hou je dier in de gaten
Ook dieren die het merendeel van de tijd in de tuin doorbrengen, hebben recht op een comfortabel en goed beschermd bestaan. Zo smeert Pynoo haar honden altijd in met zonnecrème als het warm is, voorziet ze voldoende schaduw en zorgt ze dat er altijd fris water in de buurt is. Over giftige planten is ze niet bezorgd: “Beesten zijn slimmer dan ons op dat vlak, ze weten heus wel wat ze wel of niet mogen eten. Het is een kwestie van ze een beetje in de gaten te houden, en vooral van ze te leren kennen.”

Allen tegen de vos
Hou je kippen en dergelijke? Dan is een afgeschermde verblijfplaats onontbeerlijk. Vooral omdat de sluwe stadsvos meer dan ooit in opmars is. Bioloog Dirk Draulans: “Het is een recent verschijnsel, maar intussen is hij zowat in elke Europese stad vertegenwoordigd. Zeker kippen en eenden moet je goed beschermen met een afgeschermd hok, want anders ben je die gegarandeerd kwijt in een grote slachtpartij.” Els Pynoo geeft enkele praktische tips om die dieren uit de tuin te weren: ’s nachts een radiootje laten spelen, plukjes hondenhaar in de omheining hangen, af en toe het licht laten aan floepen. “Het enige probleem daarbij,” lacht ze, “is dat die vossen dat al na drie nachten door hebben.”