De mens en de hond: het lijkt wel een match made in heaven. Maar liefst 15.000 jaar geleden al werd deze diersoort gedomesticeerd, om vanaf dan een onafscheidelijke gezel van onze soort te worden. Euromonitor, een internationaal bureau voor marktonderzoek, becijferde dat ons land in 2014 maar liefst 1,3 miljoen honden telde. Populaire beestjes dus. Maar stel nu dat je er zelf eentje in huis wilt halen: welke hond neem je dan idealiter? Van een rashond ken je de oorsprong en kun je doorgaans goed zijn of haar karakter inschatten. Dat is bij een asielhond misschien minder het geval – vaak is hun achtergrond zelfs helemaal niet gekend –  maar die gun je dan wel weer een nieuwe kans op een ‘dierwaardig’ bestaan.

Weet wat je kan verwachten
Jacques Bourrez kweekt al 26 jaar rashonden, en heeft daarnaast verschillende exemplaren in huis rondlopen. Het grote voordeel van een raszuiver dier is voor hem het feit dat je weet wat je van de hond kunt verwachten – op voorwaarde dat je daar via de literatuur of het internet al één en ander over hebt opgezocht. “Zo weet je altijd zeker dat een Duitse Staande Korthaar een goede neus heeft, om wild te ruiken in het jachtveld. Hij kan ook stil en onbeweeglijk blijven staan tot de baas vlakbij is. Een Mechelse herder is dan weer een verdedigingshond met een goed, maar hard karakter.” En ook een raszuivere labrador is volgens Bourrez een ‘open boek’. “Een echte apporteerhond, gemakkelijk op te leiden, met een goede neus en een heel zacht karakter.”

Honden met een probleem
In dat opzicht lijken asielhonden in het nadeel: ze zijn vaak niet raszuiver en hebben geen stamboom. Ook hun concrete verleden is vaak heel vaag, als ze er al één hebben. Haal je met zo’n dier dan ook niet het nodige risico in huis? Helemaal niet, volgens Birgitte Ginee, die een praktijk runt met de naam ‘De Hondenluisteraar’. “De grootste fout die je kunt maken, is een asielhond een probleemhond noemen. Nee, het zijn vaak ‘honden mét een probleem’, en dat is een enorm verschil”, meent Ginee. “Het is perfect mogelijk om die opnieuw op te voeden, want elke hond leeft in het heden – niet in het verleden of de toekomst, net zoals mensen dat doen.”

 

Een asielhond is geen probleemhond, maar een hond met een probleem – Birgitte Ginee

 

Match tussen hond en gezin
Volgens Ginee komt het vooral neer op liefde, geduld en communicatie. Iets wat de honden in het verleden vaak niet kregen: ze deden niet wat de baas verwachtte, en werden dan maar in een asiel gedumpt. “Met wat inspanning haal je met een asielhond misschien wel je allergrootste vriend in huis”, aldus de hondenluisteraar. “Zorg alleen voor een goede match tussen de hond en jouw gezin – dat is even belangrijk als bij rashonden.”

Love is the answer to all
Iets waar kweker Jacques Bourrez volledig mee akkoord gaat. Want ondanks zijn liefde voor rashonden acht hij die niet superieur aan asielhonden. “Bij alle honden komt het op hetzelfde neer: als ze maar genoeg liefde krijgen. En hoe meer liefde je geeft, hoe meer je van het dier terugkrijgt. Alleen is er bij een asielhond soms meer werk aan de winkel, omdat ze vaak in verkeerde handen hebben gezeten. Die inspanning moet je ervoor over hebben.”

 

Hoe meer liefde je geeft, hoe meer je van het dier terugkrijgt – Jacques Bourrez

 

Wees klaar
Eigenlijk moet je als (toekomstige) eigenaar gewoon klaar zijn voor een hond, want het vergt een grote aanpassing. Zijn of haar levensritme moet worden gerespecteerd (bijvoorbeeld de dagelijkse wandeling) en je mag het beestje ook niet gewoon in huis halen om de kinderen bezig te houden. “Een hond is geen speelgoed, maar een speelkameraad”, besluit Jacques. Met andere woorden: of je nu een ras- dan wel asielhond in huis haalt, de grootste inspanning moet sowieso van jou komen.