Wanneer we Maarten Vangramberen spreken, volgt hij Van Avermaet en co. in het warme Zwitserland tijdens de Tour de France. Een vlucht past niet meer in het budget – ook op onze redactie werkt de crisis nog na – dus zoeken we ons heil in de wondere wereld van de technologie. Maarten Vangramberen houdt van sport, bier en vrouwen, maar is hij eigenlijk ook een man van technologie en gadgets? “Vroeger lachte ik met mijn papa die elke kabel van zijn domoticasysteem per se moest wegwerken of wanneer hij de muziekinstallatie opzette en de koelkast plots openging. Maar ik ben daar allemaal niet zo handig in. Ik kan om met sociale media en mijn iPhone, maar ben zeker geen specialist in die technische snufjes. Wel in praktische zaken, zoals de haag afscheren, het gras afrijden…”

Wel typisch mannelijke zaken die je opnoemt?
“Goh, dat is vooral iets dat in je groeit, denk ik. Ik kon al snel het gras afrijden, dus doe ik dat nu ook. De typische rollenpatronen moeten zeker niet bevestigd te worden, maar soms kan het ook niet anders. Wij hebben bijvoorbeeld een haag van 2,5 meter hoog, dan is het niet meer dan logisch dat ik die beter kan afdoen dan mijn madam. Maar dat wil niet zeggen dat ik de was niet kan doen of niet kan stofzuigen. Maar je moet vooral doen waar je goed in bent, ook in het huishouden.”

 

Ik kan soms ook erg genieten van een avondje machoklap over auto’s en vrouwen op café met mijn kameraden

 

Bij jou is dat sportjournalistiek. Was dat een bewuste keuze?
“Ik heb mijn licentiaat en aggregaat L.O. gehaald, zodat ik les kon geven zoals mijn papa. Zijn leerlingen herkennen hem nog altijd en hij krijgt daar voldoening uit, maar dat geldt niet voor mij. Ik wilde iets spannenders gaan doen. Ik gaf vroeger wel sportkampen en dat vond ik zalig. Zo intensief bezig zijn met die kinderen en met sport. En nu geef ik naar mijn job als journalist ook les aan de masteropleiding journalistiek van de KU Leuven op de campus in Brussel.”

Je hebt in ieder geval een spannende zomer met het EK voetbal, de Tour én de Olympische spelen. Is dat een jongensdroom die in vervulling gaat?
“De Tour meemaken is inderdaad een droom geweest. Toen ik mijn vader hielp in de moestuin, lag de radio buiten en volgde ik de koers. Dat vond ik geweldig, zelf inbeelden wat er gebeurde aan de hand van de beschrijving van de commentator. En wanneer de koers dan werd uitgezonden op tv, ging ik steevast kijken. De Olympische Spelen zijn ook een jongensdroom geweest. Toen ik als kind naar de bibliotheek ging, nam ik altijd een boek mee over de Spelen. Ik verslond magazines over de Olympische Spelen  en de verschillende sportdisciplines. Zelfs wetenschappelijke tijdschriften over bepaalde trainingsmethoden. Die Spelen waren echt magie voor mij. Dit gaat de eerste keer zijn dat ik de Spelen ter plaatse meemaak. Dus ik kijk er wel naar uit.”

Zelf ben je ook een fervent sporter?
“Ja, ik heb maar een korte periode van mijn leven niet gesport. Dat was vlak nadat ik was afgestudeerd en 7 dagen op 7 werkte voor de vrt en de regionale tv. Toen had ik geen tijd om te sporten. Ik maak nu elke ochtend tijd vrij om te gaan lopen. Dan draag je het gevoel van te hebben gesport de hele dag mee, zalig gewoon. Ik zal eerder een uurtje minder lang slapen, dan een dag niet te hebben gelopen. Lopen is voor mij een primaire behoefte geworden.”

 

Wanneer ik in mijn marcelleke in de tuin werk, met mijn baard, vindt mijn madam mij ongelooflijk sexy

 

Zie jij jezelf eigenlijk als man?
“Qua huishoudelijke taken doe ik al wat als typisch mannelijk wordt beschouwd. Maar ik denk dat ik vooral in mijn houding mannelijk ben, in de manier waarop ik wandel en in mijn gedrag. Ik kan soms ook erg genieten van een avondje machoklap over auto’s en vrouwen op café met mijn kameraden. Ik scheer me eigenlijk ook alleen maar omdat ik op tv kom, maar op vakantie laat ik mijn baard staan. Trouwens, wanneer ik in mijn marcelleke in de tuin werk, met mijn baard, vindt mijn madam mij veel sexyer dan wanneer ik er afgeborsteld bijloop. Ik weet zelfs niet zeker of ik bij homo’s in de smaak val, ik denk dat ik daarvoor te mannelijk ben qua manier van doen.”

Hoe zit het met je vrouwelijke kantjes?
“Soms moet ik mezelf schminken voor ik op tv kom, maar dat is gewoon omdat het mijn job is. Ik zie er wel graag goed uit, al ga ik maar twee keer per jaar winkelen. Eén keer per seizoen. Wat ik wel veel online koop zijn sneakers. Ik heb een hele kast vol. Ook loopkledij belandt dikwijls in mijn digitaal winkelmandje. Daarnaast interesseert interieur mij ook wel. We hebben zelf een tof huis en wanneer er iets in moet gebeuren, zitten mijn vriendin en ik meestal op dezelfde lijn. We willen dan een coole parket, een coole zetel van die coole winkel.”

 

Maarten Vangramberen
‘Boven op zolder is er een stukje voor mij, mijn mancave, waar ik me terugtrek om te lezen.’

 

Hoe ziet jouw ideale mancave eruit?
“Boven op zolder is er al een stukje voor mij, mijn mancave, waar ik me terugtrek om te lezen. Er staat een open boekenkast vol boeken met sportboeken en literatuur. Veel boeken ook die ik nog niet heb gelezen, maar heb gekocht met de intentie om ze ooit te lezen. Maar ik moet mijn boeken kunnen zien en ruiken. Idealiter zou ik ook nog een fitnesstoestel willen en rollen voor mijn koersfiets. Maar misschien maak ik wel van de stallingen in de tuin, die vroeger voor dieren bestemd waren, twee ruimtes. Eén voor mij en één voor mijn zoon, die nu volop muziek wil leren spelen.”

Is er een man die je bewondert?
“Vroeger waren mijn absolute goden sportmannen. Ondertussen heb ik bijna elke sportman al geïnterviewd en valt die magie een beetje weg. Het is mijn werk. Waar ik wel enorm veel bewondering voor heb, zijn muzikanten zoals Billy Corgan, Anthony Kiedis… Eén van mijn grootste idolen is Robert Smith van The Cure. Vroeger had ik ook zo’n kapsel als hij. En ooit kreeg ik de kans op de Lokerse Feesten om met hem te praten, maar ik wilde niet. Ik wilde niet ontgoocheld worden. Nadien dacht ik wel dat het gesprek sowieso wel goed was gekomen, omdat hij ook een grote voetbalfan is. Hij is bovendien ontzettend belezen. Ik heb zelfs enkele bundels van Nietzsche gekocht, omdat hij die goed vond. Ook het oeuvre van Albert Camus heb ik erdoor gejaagd. Het nummer Killing an Arab van The Cure verwijst namelijk naar L’étranger van Camus, die bovendien ook verzot was op sport. Mocht Robert Smith er niet meer zijn, zou dat toch hard aankomen bij mij. Gelukkig komt The Cure op 12 november naar Het Sportpaleis. Daar kijk ik dus al eeuwen naar uit.”